Wie ooit wel eens in de hoofdstad van single malt whisky’s, Dufftown is geweest weet dat
het terrein van Glenfiddich distilleerderij heel erg groot is. Al wandelend kun je de
machtige distilleerketel opstelling van Glenfiddich bewonderen maar kom je ook langs
Balvenie en als je heel goed kijkt zie je, verscholen tussen de bomen aan de rand van het
terrein de Kininvie distilleerderij.
In 1990 heeft de familie William Grant & Sons (WGS), eigenaar van Glenfiddich en
Balvenie, de Kininvie distilleerderij opgericht om aan de grote vraag naar blends te kunnen
voldoen én om te kunnen experimenteren. Een van die blends is bijvoorbeeld de in 2003
op de markt gebrachte Monkey Shoulder. Zou het succes van blended malt Monkey
Shoulder misschien voor een groot gedeelte te danken zijn aan een van de gebruikte
single malts?
Kininvie heeft bijvoorbeeld een eigen ruimte waarin hun Wash en Spirit Still met de bijbehorende
condensors van het type shell in tube staan. Maar om te kunnen distilleren heb je wort en uiteindelijk wash nodig. En daar komt The Balvenie voorbij.
Een gedeelde mashtun?
De mashtun voor
Kininvie staat in de gebouwen van
The Balvenie Distillery en wordt uitsluitend gebruikt om de wort voor
Kininvie te maken, die helder en zuiver dient te zijn om uiteindelijk een lichte en fruitige
new make spirit te kunnen maken.
Ook de 10 houten washbacks die gemaakt zijn van de
douglas spar spelen een belangrijke rol. Maar liefst 70 uur duurt de fermentatie voor
Kininvie met een specifieke receptuur en gistsoorten. Wanneer de wash gereed is gaat
deze via een pijpleiding vanuit de Balvenie distilleerderij naar de Kininvie Still ruimte.
Geen bezoekerscentrum
Alle aandacht gaat bij deze Schotse single malt whisky distilleerderij uit naar kwaliteit en consistentie van hun
producten en niet naar het rondleiden van bezoekers. Deze Kininvie distilleerderij heeft daarom
ook geen bezoekerscentrum, waar je rond kunt lopen.
Meer whisky weetjes ontdekken?
Dat kan via deze pagina.